Vaak levert een klankgedicht veel hilariteit op. Dat is oké!
- Bedenk een onderwerp, dat specifieke klanken heeft: B.v. een handeling, een voorwerp, of een dier.
- Bedenk welke geluiden bij jouw onderwerp horen en schrijf die geluidsassociaties op.
- Maak nu van deze klankwoorden een gedicht. Denk eraan, dat de klank en het ritme het belangrijkst zijn.
- Lees jouw gedicht een paar keer hardop, om te horen of je gedicht lekker loopt. Het herhalen van klanken hoort ook bij een klankgedicht.
- Bedenk een titel voor jouw gedicht.
Voorbeeld:
Stofzuigen
Huewoesj huewoesj
NNNJINGGG NNNJINGGG
SCHffffffooooonnn
Schfffffffooooonnn
POK TAF PAK TAP
Hoe voer je de werkvormen uit: Laat één of meerdere voorbeelden zien. Laat de kinderen daarna zelf proberen een klankgedicht te schrijven. Aan de hand van de leeftijd van de kinderen en hoe het gaat kun je het 15-60 minuten doen. Zet een lekker jazz- of pianomuziekje aan!
Voor kinderen die weinig inspiratie kunnen vinden: Voer een gesprekje met hen over mogelijke onderwerpen binnen hun omgeving. Of laat ze in de klas rondkijken en inspiratie opdoen.
Extra: Je kan kinderen er een mooie tekening bij laten maken. Of laat ze meerdere gedichten schrijven. Laat ze hun gedicht op een vel papier plakken om de gedichten extra uit de verf te laten komen.